Meisje
Meisje
Meisje
ze voelt zich verdrietig
maar ze stelt zich aan.
Er is niets om zich verdrietig om te voelen.
Meisje
verlangt naar aandacht,
naar liefde,
een arm om haar schouders.
Ze stelt zich aan.
Mama zegt altijd dat ze een aansteller is,
als ze bijvoorbeeld zegt dat ze hoofdpijn heeft.
En ze is ook een aansteller.
Alles is toch goed?
Mama heeft niet zoveel tijd voor haar
en geeft haar veel op haar kop.
Maar mama heeft het nou eenmaal druk
en als ze haar op haar kop geeft is het terecht.
Ze denkt dat mama haar vies vindt
omdat mama tegen haar zei toen ze met haar neef betrapt werd.
En dat is ze ook.
Normale meisjes doen zulke dingen niet.
Mama houdt van haar.
Papa is vaak weg.
Maar dat is niet erg.
Het maakt haar niet zoveel uit dat ze niet zoveel contact met papa heeft.
Papa gelooft dat zijn eigen mening de enige goede is
en ze wil liever niet alleen met papa zijn.
Papa zei niets over haar en haar neef.
De volgende dag nadat ze de hele avond op haar kamer moest zitten.
Ze schaamt zich voor papa.
Maar papa houdt wel van haar.
Hij werkt hard voor zijn gezin.
Het meisje komt dus uit een heel normaal gezin.
Het is stom dat ze zich verdrietig voelt.
En ze is een aansteller.
Ze krijgt genoeg liefde.
Ze is raar omdat ze daarnaar verlangt.
Ze is ook een beetje vies.
Door wat ze met haar neef gedaan heeft.
Ook al kon ze daar zelf eigenlijk niets aan doen.
Ook al wilde ze het zelf eigenlijk niet.
Ze krijgt genoeg liefde.
Ze krijgt genoeg aandacht.
Ze moet zich niet zo aanstellen.
Het meisje ben ik…..
